Brandhoren

Dankzij de vroege chemische industrie, vooral IG Farben, weten we tegenwoordig niet beter dan dat we onze kleding in alle mogelijke kleuren kunnen kopen. Dat was vroeger wel anders toen men zich tot de natuur moest wenden om kleurstoffen te vinden. Vele planten waren geschikt als kleurstof, maar sommige kleuren bleken lastig te fabriceren.
Paars of purper was zo'n extreem lastige kleur. Het verhaal is zo interessant dat we voor een keertje eens geen kruid of specerij gaan beschrijven, maar een zeeslakje met de naam brandhoren (Bolinus brandaris) en die ooit door de Romeinen Murex werd genoemd. Die naam, Murex, is afgeleid van het Oudegriekse muax (μύαξ), wat 'mossel' betekende. De stekelige schelp kan tot negen centimeter lang worden.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Bolinus, is afgeleid van het Latijnse bulla, wat 'buil' of 'bubbel' betekende en waarvan die Nederlandse woorden duidelijk afgeleid zijn. Het tweede deel, brandaris, eert niet de heilige Sint Brandaan of zelfs de beroemde vuurtoren op Terschelling. Het is afgeleid van het Oud-Engelse woord brand, wat onder meer de betekenis van 'zwaard' had en de stekels van de brandhoren beschrijft.

Al zo'n 1,200 jaar voor het begin van onze jaartelling ontdekten bewoners van Phoenicië (letterlijk het 'purperen land', het tegenwoordige Libanon) het procedé om purper uit de brandhoren te winnen. Het blijkt dat het weekdier een piepklein kliertje heeft dat een kleurloze substantie afscheidt. Onder invloed van zout en zonlicht ontstaat er een proces van oxidatie, waardoor het stofje in zo'n 45 minuten in kleur verandert van kleurloos naar purper. Dan begint het pas, want je hebt slechts een onzuivere kleurstof. Je moet het eindeloos filtreren om uiteindelijk de zuivere kleurstof te kunnen bewonderen.

Ik hoor je denken: een kliertje van een klein slakje? Hoeveel van die slakjes heb je dan wel niet nodig om voldoende kleurstof te kunnen krijgen om een kledingstuk te kunnen inkleuren? Het antwoord is heel veel, want er zijn naar schatting 7,500 slakken nodig om één gram zuivere kleurstof te kunnen produceren. Met die ene gram kun je slechts tot 15 gram weefsel inkleuren. Al die slakken moesten bovendien worden opgedoken door slaven, die met een steen om hun middel gebonden steeds dieper moesten duiken. Daarna moesten die schelpen kapotgeslagen worden om de kliertjes te verwijderen.

Dat moet een onbeschrijfelijke stank hebben opgeleverd. Hoewel de brandhoren eetbaar is en vermoedelijk ook op het menu stond, werden de resten van de zeeslak, samen met de vernielde schelp achteloos weggegooid en verrotten al snel in het warme Mediterrane klimaat. Zelfs nu zijn die bergen schelpen nog steeds onderwerp van archeologisch onderzoek.

Er wordt gezegd dat de prijs van de geverfde stof tien tot twintig keer zo hoog was als een hoeveelheid goud van hetzelfde gewicht. Zo prijzig was deze kleurstof dat alleen de rijken der aarde het zich konden veroorloven. Dat betekende dus keizers, koningen en pausen.

[Image: U.Name.Me]

Zelfs kerkelijke muurschilderingen werden soms ingekleurd met purper uit de brandhoren. Onderzoek in een Franse kerk toonde aan dat een bruine kleur de chemische componenten (puur 6-bromoindigo en 6,6'-dibromoindigo) van de purperen kleur bevatten[1]. Het was een prijzige muurschildering.

[1] March et al: An investigation of paint from a mural in the church of Sainte Madeleine, Manas, France in Journal of Mass Spectrometry - 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie posten