Narduskruid

Narduskruid (Nardostachys jatamansi) is een kruid binnen de Valeriaanfamilie en wordt soms valse valeriaan genoemd. Dit kruid groeit op grote hoogten in delen van de Himalaya. Denk dan aan zuidwestelijk China, Nepal, Sikkim (in 1975 ingepikt door India), Bhutan, Tibet (ingepikt door China in 1950), oostelijk Afghanistan en het noorden van India. Narduskruid groei op tot een meter hoog, wat in de barre omstandigheden in zijn bergachtige omgeving een behoorlijke prestatie moet zijn. Hij bloeit met roze klokvormige bloemen.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Nardostachys, is een combinatiewoord uit het Grieks, waar nardos (νάρδος) uiteindelijk geleend is uit de oeroude Indiase taal het Sanskriet. Daar betekende naladam ook 'honing' of 'nectar van een bloem'. Stachys is ook Grieks en is afgeleid van stachus (στάχυς), wat 'aar (van graan)' betekent. Samen kunnen we dat dus vertalen als 'de bloem lijkt op een aar'. Het tweede deel, jatamansi, is een combinatiewoord uit het Sanskriet: jata is het verstrengelde of opgestoken haar, zoals het wordt gedragen door de hindoegod Shiva of personen in de rouw. Het verwijst ook al naar vezelachtige wortels. Mansi is een afgeleide van een woord dat 'vlees' betekent. Samen beschrijft het de harige, vlezige wortels.

In het Engels wordt deze plant spikenard genoemd en dat is tegelijkertijd de naam van de etherische olie die uit de wortels gedestilleerd kan worden. Al sinds onheuglijke tijden wordt die welriekende amberkleurige essentiële olie gebruikt in exotische wierrookrecepten, als ingrediënt voor parfums en in de oosterse geneeskunst (ik zeg maar niet 'geneeskunde').

Al rond het begin van de jaartelling werd narduskruid vanuit India naar het Midden-Oosten geëxporteerd, samen met vele andere specerijen. In oude teksten uit die tijd, waaronder de Bijbel, worden rituelen beschreven waarin deze olie wordt uitgegoten over het hoofd, zoals in Marcus, hoofdstuk 14, vers 3: 'En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd'.

Narduskruidolie was in die tijd behoorlijk prijzig en er waren nogal wat mensen die het verspillen van die olie door het op een hoofd (Zijn hoofd) uit te gieten maar verspilling vonden.

In Romeinse gerechten kwam narduskruid met enige regelmaat voor, al diende het vanwege de sterke, overheersende smaak met mate te worden toegepast. Nog in de Middeleeuwen werd narduskruid in Europa gebruikt om gerechten te kruiden. Omdat het kruid tegenwoordig in zijn oorspronkelijke habitat met uitsterven bedreigd wordt zou ik persoonlijk kiezen voor valeriaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten