Hop

Hop (Humulus lupulus) is onze enige nationale liaan, al zullen we Tarzan er nooit door onze bossen aan zien slingeren. Hop behoort tot de familie van de hennepachtigen (Cannabaceae) en dat verklaart direct zijn bijna bitterzoete geur. Alhoewel de hop een overblijvende plant is zullen de vaak meterslange stengels in de winter afsterven, waarna de plant het volgende voorjaar vanaf de grond af weer moet beginnen met groeien. De stengels winden zich in het begin om elkaar heen om voldoende kracht te krijgen, maar kunnen pas echt tot grote hoogten stijgen als ze een steviger ondergrond hebben ontdekt.
Hop is tweehuizig en dat betekent dat er afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke planten zijn. De bloemen verschijnen van juli tot september. Bij de mannelijke bloeiwijzen staan de bloemen afzonderlijk aan het eind van de pluimsteeltjes. Bij de vrouwelijke bloeiwijzen staan aan het eind van de pluimstelen aartjes met meerdere bloemen. Hieruit ontwikkelen zich de hopbellen, eivormige vruchtkegels die in de herfst aan de vrouwelijke plant groeien.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Humulus, is in de Middeleeuwen bedacht en is afgeleid van het oud-Germaanse woord humel of humela dat 'fruitdragend' heeft betekend. Het tweede deel, lupulus, is een verkleinwoord van het Latijnse lupus ('wolf') en heeft te maken met het foutieve idee dat de hopstengels andere planten verstikken. De Romeinse schrijver Pliny vond dat de hop andere planten wurgde zoals 'een wolf bij een schaap deed'. De naam 'hop' lijkt afkomstig van het oud-Engelse woord hupa, dat '(zaad)huls' betekende en is dus vernoemd naar zijn bloeiwijze.

De bittere geurstof uit de klieren van de hopbellen is vanouds als een kalmerend en maagversterkend middel ingezet. Bovendien zou het de slaap bevorderen. De belangrijkste toepassing is natuurlijk als toevoeging aan bier. Aanvankelijk werd hop aan bier toegevoegd als conserveringsmiddel, maar tegenwoordig wordt het uitsluitend toegevoegd om diens bittere smaak en het aroma. Het waren in de Middeleeuwen vooral de monniken die de teelt van de (vrouwelijke) hop ter hand namen. Het kruid diende als vervanger voor gagel of gruit waar wat nadelen aan verbonden waren vanwege de giftigheid.

Een ouderwetse en vergeten groente vormden de jonge scheuten van de hop, hopkeesten genoemd. Deze hopkeesten waren oorspronkelijk slechts een bijproduct van de eens zo florerende hopteelt. De verse hopscheuten zijn slechts een drietal weken beschikbaar. Ze staan bij onze zuiderburen van half maart tot begin april op het menu van restaurants die zich willen onderscheiden van de grauwe middelmaat.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen