Wijnruit

Wijnruit (Ruta graveolens) is een vaste plant en groeide oorspronkelijk in de Balkan. Vanwege zijn blauwgrijze bladeren dacht menig tuinbezitter dat het een goed idee zou zijn om de wijnruit als kleuraccent in zijn tuin aan te planten. De plant wordt uiteindelijk ongeveer anderhalve meter hoog en bloeit met kleine bleekgele bloemetjes.

We hebben het al zo vaak gezien: planten houden niet van opgesloten zitten en ook de wijnruit is met succes uit die tuinen ontsnapt. Het gevolg van al deze onnadenkendheid is dat hij nu in Nederland zoveel in het wild voorkomt dan men er sterk over denkt om hem maar tot onze inheemse flora te gaan rekenen.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Ruta, is afgeleid van het Griekse woord rhuton dat vermoedelijk 'ruit' heeft betekend. De uiteinden van de viertallige gele bloemen van deze plant vormen samen een ruit. Het tweede deel, graveolens, is een combinatiewoord uit het Latijn. Daar was gravis 'zwaar' en olens was afkomstig van het werkwoord olere ('ruiken'). Samen wil het dus zeggen dat de wijnruit behoorlijk sterk riekt.

Dat de wijnruit een potente geur heeft klopt want de hele plant zit boordevol met etherische oliën zoals methylnonylketon (ofwel 2-undecanon). Die olie ruikt zo sterk dat hij commercieel wordt ingezet als afweer voor insecten, honden en katten. Ook komen 2-nonanon en een paar esters (2-nonylacetaat, 2-undecylacetaat) voor.

Laten we eerst eens met het goede nieuws beginnen met het melden dat de wijnruit in zijn oorspronkelijke thuislanden in de traditionele keukens wordt gebruikt om wat gerechten te kruiden. De bladeren zijn echter zo bitter dat ze altijd met mate zullen worden ingezet. Fijngehakte blaadjes worden spaarzaam toegevoegd aan salades, kaas, sauzen en eiergerechten. Omdat wijnruit vet wat beter verteerbaar maakt wordt het kruid wel bij echt vette gerechten als gebraden gans geserveerd. In het oude Rome werd wijnruit gebruikt als ingrediënt voor moretum, een voorloper van pesto. In het verleden kon een bittere smaak vaak het beginnend bederf van voedingswaren wat maskeren en had het bovendien wat conserverende eigenschappen. Een nog steeds bekend spreekwoord zegt immers 'bitter in de mond maakt het hart gezond'.

Teveel levert echter direct langdurige maag- en darmproblemen op. Wijnruit bevat namelijk ook een serie alkaloïden, waaronder chinolinalkaloïde en arborine. Hoewel die alkaloïden voornamelijk in de wortels worden opgeslagen, komen ze wel degelijk ook in de bladeren voor. En dan beginnen dus de problemen want van die alkaloïden is bekend dat ze een mutagene werking hebben. Ze kunnen dus kanker veroorzaken. Als klap op de vuurpijl bevinden zich op het blad zogenaamde furocoumarinen, die huidirritaties met behoorlijke blaarvorming kunnen veroorzaken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen