Furikake

Furikake is een droge Japanse smaakmaker die over gekookte rijst wordt gestrooid of als ingrediënt in onigiri, een Japanse witte rijstbal, wordt gebruikt. Het bestaat doorgaans uit een mengsel van gedroogde vis of gevriesdroogde eieren, sesamzaad, gedroogde zeewiervlokken, suiker en zout. Andere ingrediënten, zoals katsuobushi (soms op de verpakking aangegeven als bonito), okaka (bonitovlokken bevochtigd met sojasaus en opnieuw gedroogd), gevriesdroogde zalmdeeltjes, shiso, ei, misopoeder of groenten, worden vaak toegevoegd.
Furikake is vaak felgekleurd en schilferig. Het kan een lichte vis- of zeevruchtensmaak hebben en kan pittig of zoet zijn. Het kan in de Japanse keuken worden gebruikt voor het inmaken van groenten en voor rijstballetjes (onigiri).

Het woord 'furikake' is een variant van furikakeru, wat zoiets betekent als 'eroverheen strooien'. De term furikake werd pas in in de jaren 50 van de vorige eeuw gemeengoed, al bestonden er daarvoor al smaakmakers met ongeveer dezelfde ingrediënten. De moderne versie van furikake werd tussen 1900 en 1920 door verschillende bedrijven uitgevonden als smakelijke snack.

De oorsprong Een van de verhalen over de oorsprong van furikake is dat het werd ontwikkeld tijdens de Taishō-periode (1912-1926) door een apotheker in de prefectuur Kumamoto genaamd Suekichi Yoshimaru. Om calciumtekort in de Japanse bevolking aan te pakken, ontwikkelde Yoshimaru een mengsel van gemalen visgraten met geroosterde sesamzaadjes, maanzaad en zeewier, dat tot poeder werd vermalen. Dit product, dat hij Gohan no Tomo ('Een vriend voor rijst') noemde, wordt over het algemeen beschouwd als de voorloper van de hedendaagse furikake. Een voedingsbedrijf in Kumamoto verwierf het product later en kon het commercieel verkopen. Het werd aanvankelijk verkocht in een flesvormige verpakking met een smalle hals om te voorkomen dat er vocht in het product zou kunnen komen.

De beschikbaarheid van furikake in Japan nam sterk toe kort na september 1948, toen Nissin Foods het op grote schaal begon te produceren om de wijdverbreide ondervoeding na het eind van de Tweede Wereldoorlog aan te pakken. Het product werd op de markt gebracht omdat het een goede bron van eiwitten en calcium was.

De voorlopers In het culinaire traktaat 'Chūjiruiki', Japan's oudste kookboek uit 1295 noemt geraspte en gedroogde rode zeebrasem, zalm en haaienvlees, evenals dunne plakjes katsuobushi, als garnering voor rijst.

Gomashio, dat nog steeds veel gegeten wordt, wordt gemaakt door sesamzaadjes te roosteren en te mengen met gebakken zout, en verschijnt in een oud document, het 'Dagboek van Ishiyama Hongan-ji' uit 1536, onder de naam 'gomashio'.

Denbu is een gerecht gemaakt door gedroogde bonito-vlokken in sake en sojasaus te koken. De term komt voor in een oud document uit de 17e eeuw genaamd 'Kokin Ryouri-shu' ('Verzameling van oude en moderne kookboeken').

Tsukudani, een term die een vergelijkbare smaakmaker beschrijft, komt voor in het 19e-eeuwse woordenboek 'Risogonshuran', samengesteld door Ota Zensai. Deze versie wordt gemaakt door kleine visjes, schaaldieren, zeewier en andere ingrediënten in sojasaus te koken tot een rijke smaak. Het gebruik van tsukudani is vergelijkbaar met furikake, maar het wordt tegenwoordig in Japan meestal geen furikake genoemd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten