Zeepschors (Quillaja saponaria) is een altijdgroene boom die inheems is in Centraal-Chili, waar de temperaturen aangenaam zijn. Deze boom kan een meter of twintig hoog worden. Zeepschors heeft een dikke, donkere schors. Hij heeft gladde, ietwat leerachtige, glanzende, ovale, groenblijvende bladeren van 3 tot 5 centimeter lang. Hij bloeit met witte, stervormige bloemen met een diameter van 15 millimeter, die in dichte tuilen groeien. Uiteindelijk ontstaat een droge vrucht met vijf vruchtbeginsels, elk met 10-20 zaden.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Quillaja, is een Spaanse verbastering van een woord uit een inheemse taal, het Mapuche. Daar betekent het woord küllay 'zeep'. Het tweede deel, saponaria, is afkomstig uit het Latijn, waar sāpo 'zeep' betekende. Dat betekent dat ons woord voor zeep ook afstamt van het Latijn.
De binnenbast van zeepschors kan tot poeder worden vermalen en als zeepvervanger worden gebruikt, omdat het schuim vormt met water dankzij de aanwezigheid van een glycosidesaponine, soms aangeduid als quillaia-saponine. Dezelfde, of een nauw verwante stof, wordt aangetroffen in zeepkruid (Saponaria officinalis), in senegawortel (Polygala senega) en in sarsaparilla (Smilax spp.) Het stofje lijkt chemisch verwant te zijn aan digitonine, een steroïde saponine (saraponine) verkregen uit vingerhoedskruid (Digitalis purpurea).
In Chili heeft zeepschors een lange geschiedenis van medicinaal gebruik bij de Andesbevolking, die het gebruikte als behandeling voor diverse problemen met de borstkas. Het saponinegehalte van de schors helpt inderdaad de productie van een wateriger slijm in de luchtwegen op te wekken, waardoor het verwijderen van slijm door hoesten wordt vergemakkelijkt. De schors is de bron van quillaja, waarvan het extract wordt gebruikt als voedingsadditief en als ingrediënt in farmaceutische producten, pesticiden, producten voor persoonlijke verzorging, brandblusschuim en als hulpstof voor landbouwbespuitingen.
Maar de belangrijkste toepassing van zeepschors is wel het gebruik in vaccins. De saponinen worden namelijk beschouwd als stofjes met adjuvante eigenschappen voor vaccinoplossingen en worden hiervoor al sinds 2017 gebruikt. Een adjuvans is een bestanddeel van een geneesmiddel dat de werking van de andere bestanddelen versterkt of beïnvloedt. Adjuvantia worden vaak aan vaccins toegevoegd om de immuunrespons van het lichaam te versterken. Het QS21-adjuvans is een saponine (triterpenoïde glycoside) die kan worden verkregen uit het extract van Quillaja saponaria.
En in welke vaccins zit dit adjuvans dan verstopt, zo zullen enkele twijfelde lezers zich op dit moment afvragen. Het Novavax-vaccin voor COVID-19 gebruikt dit adjuvans, het gordelroosvaccin Shingrix bevat het ook, evenals het RSV-vaccin Arexvy.
Toevallig hebben wij nét onze eerste dosis van het gordelroosvaccin Shingrix ingespoten gekregen en daardoor konden we controleren of het natuurlijke zeepschorsextract ook in onze versie gebruikt wordt. Jawel, zo bleek uit de bijsluiter.
Dát gegeven moet de antivaxxers plezier doen. Eindelijk een puur natuurlijk middel in een vaccin.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten