Wilde peperboom

Wilde peperboom (Irvingia gabonensis) is hier in Nederland onbekend als specerijleverancier. Zelfs zo onbekend dat de specerij hier nog geen officiële naam heeft, al noemen sommigen hem wilde Afrikaanse mango. Dat is een foute benaming die alleen is gekozen omdat de vrucht een beetje op een mango lijkt, maar de twee zijn zelfs geen verre familie van elkaar. In Afrika heeft hij een aantal benamingen, waaronder de South African pepper tee, mountain seringe, (wild) pepper tree. In het Afrikaanders, de taal die is afgeleid van het Nederlands, noemt men hem slaploot of wit sering.
De benaming wilde peperboom doet het meeste recht aan zijn oorsprong en gebruik en dus gebruiken we hem hier ook maar. Het is een grote tropische Afrikaanse boom die tot 40 meter hoog kan opgroeien. Zijn rechte stam klimt tot 25 meter de hemel in voordat de eerste takken te bewonderen zijn. De altijdgroene kruin reikt zo hoog dat het een van de grootste bomen in het regenwoud is. De wilde peperboom leeft zo'n beetje in het hele Afrikaanse regenwoud van Senegal tot zuidelijk Soedan in het noorden tot Angola en Zambia in het zuiden.

De lente begint onder de evenaar omstreeks oktober en dan verschijnen aan de wilde peperboom prachtige rode jonge bladeren, gevolgd door opvallende paarsige bloemen.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Irvingia, eert de Schotse chirurg en Afrikaanse plantenverzamelaar Edward George Irving (1816-1855). Het tweede deel, gabonensis, is afkomstig uit het Latijn en betekent 'uit Gabon'.

De bast heeft een pijnstillende werking. Men maalt de bast tot een fijn poeder, mengt het vervolgens met klei en water en smeert het op reumatische gewrichten. Lage rugpijn wordt behandeld met de rook van de bast van de wilde peper. Een afkooksel wordt aan het badwater toegevoegd om ontstekingen te behandelen. Datzelfde afkooksel wordt toegepast als gorgelmiddel bij kiespijn.

De zaden met de naam dika nuts worden gebruik als specerij. Ze worden rauw of geroosterd geconsumeerd, maar kunnen ook tot een pasta vermalen worden zodat er een plantaardige olie wordt gewonnen. Deze wordt traditioneel gebruikt om in te bakken. De zaden worden ook toegevoegd aan groenten, olie, zout, vis of vlees om maag- en darmproblemen te verhelpen. Zelfs het vruchtvlees van de vruchten wordt in Centraal-Afrika niet vergeten en die wordt omgetoverd tot een slijmachtige saus die vlees een wat pittige, aardse en fruitige bijsmaak geeft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten